Grote doorbraak: autisme is waarschijnlijk niet één ding, maar (minstens) twee
Een nieuwe studie ontdekte twee biologisch verschillende vormen van autisme — herkenbaar aan de manier waarop hersengebieden met elkaar ‘praten’.
In het kort
- Onderzoekers vonden minstens twee verschillende types autisme, gebaseerd op hoe sterk hersengebieden met elkaar samenwerken.
- Bij het ene type werken hersengebieden méér samen dan gewoonlijk, bij het andere type minder.
- Dit bevestigt iets wat veel autistische mensen al lang voelen: autisme is geen één-maat-past-iedereen. Op termijn kan dat leiden tot zorg en begeleiding op maat.
Wat hebben de onderzoekers ontdekt?
Autisme verschilt enorm van persoon tot persoon. Tot nu toe was het lastig om die verschillen aan iets biologisch te koppelen. Een internationaal team (onder leiding van het Italiaans Instituut voor Technologie en het Child Mind Institute in New York) heeft nu met hersenscans laten zien dat er verschillende, herkenbare patronen in het autistische brein bestaan.
De sleutel zit in iets dat wetenschappers ‘functionele connectiviteit’ noemen. Eenvoudig gezegd: je hersenen bestaan uit gebieden die met elkaar verbonden zijn en samenwerken — een beetje zoals steden die met elkaar bellen. Bij sommige autistische mensen wordt er meer ‘gebeld’ dan gemiddeld, bij anderen juist minder. Die twee patronen blijken bij ongeveer 1 op de 4 deelnemers duidelijk terug te komen.
Hyperconnectiviteit
Hersengebieden communiceren meer dan gewoonlijk. Dit type lijkt samen te hangen met het immuunsysteem (de afweer van het lichaam). Deze groep had gemiddeld iets sterker uitgesproken autismekenmerken.
Hypoconnectiviteit
Hersengebieden communiceren minder dan gewoonlijk. Dit type lijkt samen te hangen met de synapsen — de contactpunten waarmee hersencellen signalen aan elkaar doorgeven.
Hoe weten ze dit zo zeker?
Het onderzoek is stevig opgebouwd. De onderzoekers maakten hersenscans (fMRI) van 940 autistische kinderen en jongvolwassenen en vergeleken die met meer dan 1.000 niet-autistische mensen. Die gegevens komen uit grote, gedeelde databanken (ABIDE en het Child Mind Institute).
Het slimme extra: ze legden de menselijke hersenpatronen naast die van 20 muismodellen van autisme. Daardoor konden ze de patronen op de scan koppelen aan de onderliggende biologie. De onderzoekers noemden dit hun ‘steen van Rosetta’: een vertaalsleutel tussen wat je op een hersenscan ziet en wat er op moleculair niveau gebeurt.
Waarom is dit belangrijk?
Omdat het de deur opent naar zorg op maat (‘precisiegeneeskunde’). Als verschillende vormen van autisme een verschillende biologische oorzaak hebben, dan past niet voor iedereen dezelfde aanpak. In de toekomst zouden diagnose, begeleiding en eventuele behandeling beter afgestemd kunnen worden op de specifieke biologie van een persoon.
Even belangrijk: het onderzoek bevestigt dat de verschillen tussen autistische mensen echt en biologisch zijn — niet zomaar ‘een beetje meer of minder erg’. De biologische verschillen brachten zelfs onderscheiden aan het licht die je met een gedragstest alleen niet ziet.
Belangrijke kanttekeningen (lees dit ook)
- Dit is nog géén test die je vandaag kunt doen. Het gaat om patronen in groepen mensen, niet om een diagnose voor één persoon.
- Het verklaart maar een deel. De twee types pasten bij ongeveer 1 op de 4 deelnemers. Er zijn waarschijnlijk nog meer types die nog ontdekt moeten worden.
- Een ‘type’ beschrijft biologie, geen mens. Het zegt niets over wie je bent, wat je kan, of hoeveel je waard bent.
- De onderzoekers benadrukken zelf dat dit een eerste stap is. Grotere studies moeten het bevestigen en aanvullen.
Bronnen & meer lezen
- Wetenschappelijk artikel: Pagani e.a., “Autism subtypes identified using cross-species functional connectivity analyses”, Nature Neuroscience (2026) — nature.com (Engelstalig, deels achter betaalmuur)
- Persbericht (Engelstalig): EurekAlert!
- Toegankelijke uitleg (Engelstalig): ScienceDaily
Deze pagina is een vereenvoudigde samenvatting in lekentaal, gemaakt door AutiWiki op basis van het wetenschappelijke artikel en de officiële persberichten. Het is geen medisch advies en geen vervanging van een gesprek met een arts of hulpverlener. Bij twijfel of vragen over je eigen situatie: raadpleeg altijd een professional.